21 May 2019

Eerste versie geschreven op 2013-08-18
Artikelen over 'Familie Bastiaans - de Indische takken' door Roel Bazuin

#indischekwestie #jappenkampen #KNIL #sqn122

Krijgsgevangen

Gevangenenkamp Fukuoka 8B
Figure 1. Gevangenenkamp Fukuoka 8B

Opa Carol Wilhelm Bastiaans zat gevangen in het krijgsgevangenenkamp Fukuoka 8B [1] op het eiland Kyushu in Japan [2] en overleefde daar de atoombom op Nagasaki [3] (9 augustus 1945).

Flarden van het verhaal dwarrelen door de familie. Opa heeft, zoals zovelen, over die periode niet of nauwelijks gesproken.

Opa was een van de 40.000 krijgsgevangenen die 3,5 jaar in een Japans interneringskamp gedwongen werd te werken voor de Japanse oorlogsmachine. Een van de mensen die 1265 dagen werden uitgehongerd, geslagen, geschopt en bedreigd. Een van de KNIL-soldaten die in 1950 met gezin, met achterlating van have en goed, op 'bijzonder verlof' werd gestuurd naar Holland. Een van de dienaren waaraan door zijn overheid 3,5 jaar salaris niet werd uitbetaald. Een van de Indische Nederlanders die niet werd gecompenseerd voor verlies van bezit.[red]

Ik vond zijn naam in een lijst van gevangenen in Fukuoka 8B, ook bekend als 'Inatsuki', onder nummer 305. Hij was tewerkgesteld in de 'Yamano' kolenmijn van Mitsui Mining Co (Mitsui Kozan), tegenwoordig Nippon Coke & Engineering Co., Ltd. (Nippon Cokes Kogyo Kabushiki Gaisha, 日本コークス工業株式会社).

Volgens het verhaal was opa ten tijde van de bom ondergronds in de Yamano mijn. Vele andere krijgsgevangenen echter niet, getuige het verslag 'alles bleef stil, doodstil' [4]. Woord en beeld is behoorlijk aangrijpend.

Smashed B-17s Andir 19-02-1942
Figure 2. Smashed B-17s Andir 19 Feb. 1942

Hoe kwam opa in Japan terecht?

Het kostte me behoorlijk wat tijd om zijn geschiedenis tussen 1941 en 1960 te reconstrueren. En soms loop je ineens tegen een nieuw stuk van de puzzel aan wat het verhaal verder completeert.

Hij behoorde als ML-KNIL [5] vliegtuigmonteur tot de jachtafdelingen van de 4de vliegtuiggroep (VLG IV)[6] [7]. De groep heeft het Maospati Vliegveld te Madioen - Java als basis. Zelf is hij gestationeerd op Andir, als onderdeel van de afdeling 2 VLG IV [8].

Op 15 februari 1942 valt Singapore in handen van de Japanners.

Kalidjati

Rond 15 februari werden de afdelingen 1 en 2 van VLG IV gereorganiseerd. Men had begin februari zware verliezen geleden tijdens een massale bom aanval op Surabaya [9]. Het technisch personeel ging naar het vliegveld Kemajoran bij Batavia en hielp mee met de assemblage van 39 crated Hawker Hurricanes IIB die begin februari in Tanjung Priok waren gelost, aangevoerd door de HMS Athene [10]. De vliegers en monteurs vonden slaapplaatsen in diverse woningen op en aan de rand van het vliegveld. [11]

Op 20 februari kwam de eerste Japanse aanval op vliegveld Kalidjati [12] bij Bandoeng. De schade was beperkt: de toestellen werden niet geraakt. Op 21 februari volgde een tweede aanval. Er vielen slachtoffers, maar niet bij 2 VLG IV. Op 24 februari was de Hurricane eenheid operationeel en werd ingezet bij de verdediging van het vliegveld. Dat lukte zeer matig; er werden 4 toestellen uitgeschakeld. Tijdens de aanvallen werd vrij veel schade aangericht aan de rand van het veld.

The only known photograph of KNIL Hurricanes on Java seen here on the road between Tanjong Priok and Kemajoran
Figure 3. KNIL Hurricane on the road

Madioen

Na deze aanval werd 2 VLG IV verplaatst. Op 25 februari vlogen de overgebleven 7 Hurricanes via Madioen naar Ngoro (Blimbing) in de buurt van Surabaya. Het personeel vertrok in konvooi in vrachtauto’s. Een deel van de monteurs reisden op eigen gelegenheid via Bandoeng (Andir). Opa ging met de motor en had het geluk dat hij met een kleine Lockheed mee kon naar Ngoro.

Er was een teveel aan monteurs voor de overgebleven 7 Hurricanes. Opa en zijn maat Jack Vleugels werden bij de Amerikanen (17th Pursuit Squadron USAAF) ingedeeld. Zij namen hun intrek in tenten en woningen in de kampong aan de rand van het veld.

De totale sterkte bestond uit 12 P-40’s, 6 Brewster Buffalo’s en 7 Hurricanes IIB’s. Op 27 februari werd er door de Hurricanes niet gevlogen en zij waren dan ook niet betrokken bij de slag om de Javazee. Door het ontbreken van radio kristallen, munitie en hydraulische olie waren de kisten niet 100% operationeel. De monteurs van 2 VLG IV kregen van de Amerikanen instructie over de P-40 motoren.

Op 28 februari 1942 landt het Japanse 16de Leger op drie plaatsen op de kust van West-Java: ruim 20.000 man bij Merak en in de Bantambaai op de noordwestpunt van Java, en circa 3.000 man bij Eretan Wetan ten noordwesten van Cheribon. De belangrijkste Japanse doelen waren de steden Batavia, Buitenzorg en Bandoeng en het ten noorden van Bandoeng gelegen vliegveld Kalidjati. Kalidjati werd op 1 maart ingenomen. Op 8 april kapituleert het KNIL, de geallieerden op 12 maart. [13]

Om 05.30 steeg 2 VLG IV op voor een aanval op de Japanse landingsvloot nabij Rembang. 2 vliegers verloren het leven. 7 toestellen werden zwaar beschadigd.

Dezelfde dag werd het vliegveld aangevallen door Japanse Navy-O’s. De net gelande toestellen waren nog niet herbewapend en afgetankt en konden niet opstijgen. Al het personeel vluchtte van het veld af. Nagenoeg alle toestellen werden door de aanval buiten gevecht gesteld. Alle eenheden trokken zich daarna in auto’s terug naar Bandoeng nadat de rest van de toestellen vernield waren. Men reisde via Madioen, Djokjakarta, Keboemen, Kroya, Banjar, Tasikmalaja en Garoet. 'S nachts rustte men uit tussen Keboemen en Kroya en kwamen in de ochtend van 2 maart in Bandoeng aan.

Bandoeng

Registratiekaart KNIL
Figure 4. Registratiekaart KNIL

Op 4 maart begint de technische dienst van de ML-KNIL met het onklaar maken van vliegtuigen. Op 5 maart trekken de eerste Japanse militairen het onverdedigde Batavia binnen.

Op zijn registratielijst staat ‘op 5-4-1942 in Japans krijgsgevangenschap gevoerd’. Op dat moment was hij Sergant-Majoor monteur.

In Bandoeng werden de gevangenen geconcentreerd in de kampementen van het 15de Bataljon Infanterie, het 1ste Depot Bataljon en de Luchtdoelartillerie. Hij is samen met zijn maat Jack krijgsgevangen in een van deze kampen.

Tjimahi.

In juni worden ze overgebracht naar een van de grote krijgsgevangenkampen in Tjimahi [14]: de kampementen van het 4de en 9de Bataljon Infanterie, de Bergartillerie, het 6de Depot Bataljon en het Treinkampement. Verblijf 6 tot 8 maanden.

Eind 1942 per trein terug naar Batavia. De grootste krijgsgevangenkampen in Batavia[15] waren de Uniekampong in de haven, de gevangenis van Glodok en het kampement van het 10de Bataljon Infanterie in het centrum.

Singapore

Vanaf Tanjung Priok per schip (de De Makassar Maru op 29 september 1943) naar het Changi-kamp in Singapore, onderdeel van de zg. 'Java party 17' [16]. Aankomst op 30 september. Vanaf Singapore ging je door naar Birma (spoorweg) of Japan. Voor opa werd het Japan.

Hellship Hawaii Maru 2

Op 18 oktober aan boord van de Hawai Maru 2. De reis gaat echter niet door en men wordt op 22 oktober weer van boord gehaald. Op 6 november vertrekken 1230 krijgsgevangenen van Singapore naar Japan.

Het schip voer in een con­vooi met een andere schepen met krijgsgevangenen. Saigon wordt op 11 november gepasseerd. Tussen 26 en 28 november: luchtalarm. Op 27 november wordt het convooi van 15 schepen aangevallen door 3 vliegtuigen. 1 schip zinkt. De Hawaii Maru neemt 900 drenkelingen aan boord. Op 30 november wordt in Shanghai extra voedsel ingenomen.

Japan

Fukuoka 8B - Aug. 26 - 1945 aerial photo
Figure 5. Fukuoka 8B - Aug. 26 - 1945 aerial photo

Op 3 december aankomst op de eindbestemming Moji op het eiland Kuyshu in Japan. Daar werd men verdeeld in groepen en opa ging per geblindeerde trein naar Inatsuki in het Fukuoka district. Op 5-12-1943 aankomst in Fukuoka 8B, bij de kolenmijn ‘Jamano’ van Mitsui Mining Co (Mitsui Kozan), tegenwoordig Nippon Coke & Engineering Co., Ltd. Jack verdwijnt naar Fukuoka 21B.

Eerste Luitenant Toda is de Japanse commandant van Fukuoka 8B. De dagelijkse leiding was echter in handen van sergant Maj. Hij was uitermate wreed, sluw en wraakzuchtig, evenals zijn mede officieren Haito, Stresaki en Sakata. Het kamp wordt ook bewaakt door gewone burgers die in wreedheid de Japanse officieren soms overtreffen. Onder hen Haito, Goto, Ota, Stresaki, Sakata, Ito en Eto. Na de oorlog worden zij berecht en krijgen 20 tot 40 jaar.

De leefomstandigheden in het kamp zijn erbarmelijk en het werk in de mijn is gevaarlijk en uitputtend. Ook het mijnbouw personeel is sadistisch en hard naar de gevangenen. De gevangenen werken in 3 ploegen van 8 uur en lopen een uur heen en terug van het kamp naar de mijn. Er zijn regelmatig instortingen, waardoor enkele gevangenen de dood vinden. Het hoofdvoedsel bestaat uit 600 gram rijst per dag, verdeeld over 3 maaltijden, plus dunne groentesoep waar een keer per maand een visje aan wordt toegevoegd. Opa weegt 38 kilo als hij wordt bevrijd. Jack is er niet beter aan toe.

Op 9 augustus 1945 viel de atoombom op Nagasaki. Fukuoka 8B is ongeveer 120 kilometer verwijderd. Op 15 augustus 1945 capituleert Japan.

Evacuatie van het kamp ~ 12 september 1945.

Jack en Bas overleven beiden de atoombom op het nabijgelegen Nagasaki en worden rond september 1945 door de Amerikanen bevrijd [17]. In Fukuoka 8b zitten op dat moment 573 gevangenen, waaronder 274 Nederlanders, 233 Britten en 66 Amerikanen. 25 gevangenen hebben hun internering niet overleefd. Hij woog 38 kg toen hij uit het kamp kwam.

Uitgemergeld, ziek en vol met zweren reizen de mannen vanuit Nagasaki naar Okinawa [18] en vlogen vervolgens via Manilla naar Bundaberg in Australie.

In Manilla worden de ex-krijgsgevangenen heringedeeld bij de KNIL. Op zijn registratielijst staat ‘op 21 september 1945 uit Japans krijgsgevangenschap terug’. Hiervandaan gingen de meesten terug naar Nederlands Indië om daar in de volgende oorlog terecht te komen [19].

Eind ’45 en begin ’46 (NL-militairen mochten van de Britten nog niet op Java en Sumatra landen) is het RAPWI programma opgestart (Recovery of Allied Prisoners of War). ML-KNIL personeel en hun families werden toen met vooral (omgebouwde) B-25’s naar Bundaberg gevlogen, waar NL gebruik maakte van een RAAF vliegbasis. Een plek waar ze van de verschrikkingen van de kampen mochten herstellen alvorens weer actief in dienst te gaan.

Start P51
Figure 6. Start P51’s

Bundaberg - Australië

Waarschijnlijk omdat er behoefte was aan vliegtuigmechaniciens ging opa vanuit Manilla direct naar Australie en kwam terecht in Bundaberg in Queensland om daar op het nabij gelegen RAAF[20] vliegveld te werken [21].

40 P51D’s werden per schip naar Australie vervoerd en geassembleerd op Bundaberg.[22] In Australië werden de Mustangs bij RAAF-depots gereed gemaakt. De eerste in mei en juni 1945, dus vóór de Japanse overgave op 15 augustus. 19 toestellen (N3-600/618) werden geleverd bij de Nederlandse Personnel and Equipment Pool te Brisbane. [23]

Op 17 augustus 1945 werd de republiek Indonesië uitgeroepen die niet door Nederland werd erkend. Er ontstaat een bloederige strijd, de ‘Bersiap periode’, die duurt tot de winter van 1946. Deze perode wordt gevolgd door 2 ‘politionele acties’ en andere militaire confrontaties die duren tot begin 1950.

De Bersiap-periode was een gewelddadige periode in de Indonesische geschiedenis die duurde van ongeveer oktober 1945 tot december 1946. Openlijk werd opgeroepen tot "uitroeien van alle Belanda’s (Nederlanders) en alle Anjing Belanda’s" (Nederlandse honden), waarmee de ‘Indische Nederlanders’ werden bedoeld.

In deze periode werden de ouders en de 2 jongste broers van opa door de Indonesiers met de klewang in hun huis in Soerabaja vermoord. Hun graf is tot op heden niet gevonden.

Monteurs bij P51
Figure 7. Monteurs bij een P51 bij Medan. Opa rechtsonder

Eenmaal aangesterkt en gesetteld, ging hij op zoek naar de verblijfplaats van zijn gezin. Hij vond hen uiteindelijk via het Rode Kruis. De familie en Annie Vleugels woonden tijdens de Japanse bezettingsperiode in bij tante Tien die een kledingwinkel dreef aan de Hospitaalweg in Bandoeng. Met de inkomsten van de winkel en verhuur van kamers overleefde men de oorlog. De familie was in de ‘Bersiap-periode’ genoodzaakt te vluchten en kwam terecht in een vluchtelingenhuis aan de Wenckebachlaan [24]. Men woonde in een bediendenhuisje en sliep op matrassen op de grond. Op deze locatie werden zij door opa gevonden.

Opa vloog van Australie naar Soerabaja met een voor transport omgebouwde B25 Mitchell. De volgende dag vloog de familie met Annie Vleugels in de B25 naar Australie. Het vliegtuig was overvol en men kon alleen kleine koffers met persoonlijke bezittingen meenemen.

De acties van de ML/KNIL betroffen het lenigen van acute nood in de kampen waar zich nog ca. 80.000 krijgsgevangenen en geïnterneerde burgers bevonden en bestond hoofdzakelijk uit het afwerpen van hulpgoederen, voedsel en medicijnen.

Ze kwamen terecht in een opvangkamp in de buurt van Brisbane waar ze ongeveer een week verbleven om aan te sterken. Daarna verhuisde men naar een andere locatie, een ex-vakantiekamp, voor een verblijf van een week of twee om aansluitend naar Bundaberg te reizen voor een verblijf van ongeveer 10 maanden. Eerst in een huis in de stad, later op een boerderij in de buurt. Opa werkte als vliegtuigmonteur op het nabijgelegen vliegveld.

Medan - Sumatra

Laatste statieportret 122 squadron en 6 P51’s - begin 1950
Figure 8. Laatste statieportret 122 squadron en 6 P51’s - begin 1950

Opa [25] wordt in 1946 als hoofd hangar- en lijndienst bij het ‘122 Squadron’ op het vliegveld 'Polonia' nabij Medan ingedeeld.

Zijn gezin vertrekt op 28 september 1946 met de HMAS ‘Manoora’ [26] van Brisbane en reist via Makassar naar Batavia. Zij wonen ongeveer 2 jaar aan de Matramanweg. Daarna vertrekken zij naar Medan.

Opa werkte op het nabijgelegen vliegveld Polonia [27] als 'adjudant-onderofficier en hoofd van de hangar- en lijndienst' [28].

Om op Sumatra over luchtsteun te beschikken en de bij Medan gelegerde RAF Spitfire eenheid te vervangen, werd 1 november 1946 122 Sqn te Tjililitan opgericht. Dit had extra personeel en vliegtuigen afkomstig van 121 Sqn. Onder commando van kapitein Gerard Deibel vlogen 12 P-51’s van het 122 Sqn. en het technisch personeel op 14 november naar hun basis Polonia bij Medan. Op 19 november kwam versterking met 5 toestellen. [29]

Het squadron beschikt over 12 P-51 gevechtsvliegtuigen en is belast met het geven van luchtsteun op Sumatra.

Op 20 juli 1947 startte de eerste 'politionele actie'. Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, werd no.122 squadron ingezet bij operatie "Pelikaan". Dit beoogde de uitschakeling van de vijandelijke AURI. Deze had vijandelijke toestellen op o.a. de vliegvelden Lhonga en Kotaradja geplaatst. Er werd steun verleend aan de Nederlandse grondtroepen met gebruik van o.a. 250- en 500-ponds bommen, en raketten van 40 en 70 pond. En natuurlijk de P-51 boordbewapening. In totaal heeft het no.122 squadron tijdens de 1e politionele actie zo’n 200 sorties gevlogen. [30]

De situatie ter plaatse blijft gevaarlijk. Bij familietripjes op Sumatra gaat steevast de Brengun mee. De kinderen konden weer naar school.

Begin 1950 voer men met de AHS 'Meatsuyker', een klein Hollands hospitaalschip, van Medan naar Jakarta. Na een kort verblijf werden zij in konvooi van hun verblijfplaats naar Tanjung Priok gebracht.

Java en Nederland

Fair Sea
Figure 9. MS 'Fair Sea'

In 1950 gaan Bas en Jack op ‘verlof’ [31] naar Holland.

Op 6 juni 1950 van Tanjung Priok met MS ‘Fair Sea’ [32] naar Nederland vertrokken. De start van een 'eenjarig verlof'. Aankomst 10 juli 1950 in Rotterdam waarna het gezin terechtkwam in het kamp Rodanborgh bij Aardenburg. Na een verblijf van enkele maanden verhuizen ze naar Vlissingen.

Op 26 juli 1950 werd hij verbonden bij het Commando Legerluchtmacht Nederland als opzichter der 1e klasse, Adjudant Onderofficier vliegtuigmonteur. Op die dag wordt het KNIL formeel opgeheven. Hij blijft dat tot aan zijn pensioen en werkte op de vliegvelden Valkenburg en Woensdrecht.

'Opdat de verhalen en geschiedenis niet vergeten worden’.

Nederland blijft in de positie, dat het de enige overheid is, die haar koloniale dienaren niet betaald heeft. [33]

Bijlagen

Fukuoka 8b

Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Figure 10. Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Locatie

Fukuoka 8b [34] ligt bij een klein niet-geïdentificeerd mijnstadje 40 tot 50 mijl ten zuiden van Moji en ongeveer 40 mijl ten oosten van Fukuoka. De oorspronkelijke grootte van het kamp was 200 'x 200' omgeven door een 10 'houten hek met een geladen draad aan de bovenkant.

Gevangenen

251 Britse gevangenen waren de eerste bewoners van dit kamp (13 oktober 1943 van de Ussuri Maru). Op 25 december 1943 kwamen 270 Nederlandse gevangenen aan. Medisch personeel van het Britse en Nederlandse leger was aanwezig in beide groepen. Capt. Peter Williams, Royal Artillery, was de algemene commandant van het gevangenkamp. Een detail van 69 Amerikaanse gevangenen uit een kamp in Tanagawa, nabij Osaka op Honshu bereikte dit kamp in maart 1945. Het totale aantal gevangenen kwam op 590.

Rosters

Originals [35] located in 'Record Group 331 Box 920; these files were mostly hand written and each page is we have photographs of each page'.

Huisvesting

De vloeren waren van vuil. Sommige van deze gebouwen waren aan de binnenkant geïsoleerd met gips, andere met multiplex. Weer anderen waren helemaal niet geïsoleerd. Later werden twee extra kazernes. Alle barakken voorzien van papieren ramen. Geen verwarming. Gevangenen lagen op individuele strooien matten of baaien. Kasten waren voorzien voor het opslaan van kleding. De barakken waren besmet met luizen.

Voedsel

Het hoofdvoedsel bestond uit tussen 550 en 750 gram rijst per dag verdeeld in drie maaltijden plus dunne groentesoep met ongeveer een keer per maand toegevoegde vis. Het eten werd gekookt in grote ijzeren ketels.

Behandeling

Het Japanse toezichthoudende personeel was behoorlijk algemeen wreed en de afranselingen kwamen frequent voor. De mijnen waren niet uitgerust met veiligheidsvoorzieningen. Cave-ins waren gebruikelijk en verschillende sterfgevallen werden hierdoor veroorzaakt. De gevangenen waren zich voortdurend bewust van dit gevaar en hun nerveuze angst was een grotere bedreiging voor hun gezondheid dan het eigenlijke werk volgens de kampchirurg.

Japanese Hellships

Een Japans helleschip was een schip van de Japanse marine dat het Japanse leger gebruikte om krijgsgevangenen en Aziatische dwangarbeiders (romoesja’s) te vervoeren. De schepen stonden bekend om de zeer slechte omstandigheden aan boord en de wrede manier waarop de bemanning krijgsgevangenen behandelde. Deze krijgsgevangenen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog vanaf de Indonesische archipel, de Filipijnen, Hongkong en Singapore naar Birma, Siam, Sumatra, De Molukken, Japan, Formosa, Mantsjoerije of Korea vervoerd om aldaar gedwongen te werk gesteld te worden [36].

Makassar Maru

Sistership Samarang Maru
Figure 11. Sistership Samarang Maru

De Makassar Maru (4.026 ton) vertrok op 26-9-1943 met 2600 krijgsgevangenen (2169 Nederlanders, 429 Engelsen, 2 Australiërs) uit Batavia (Tandjong Priok) naar Singapore. Dit transport werd aangeduid als Java Party 17, het 17e krijgsgevangenentransport vanuit Java. Deze groep vertrok 's morgens om 5.00 uur met de stadstram naar het eindpunt in Tandjong Priok; vervolgens werd gelopen naar de kade van de Rotterdamse Lloyd. Om 14.30 uur ging iedereen aan boord, om 17.00 uur voer het schip de haven uit.

Het schip was niet groot, het ruim met krijgsgevangenen was overvol, de mannen zaten op de vloer, het was zeer heet. Sommigen wisten zich aan dek te verschuilen. Op 29-9-1943 werd de rede van Singapore bereikt, op 30-9-1943 's morgens vroeg vond de ontscheping plaats, waarna de mannen met vrachtwagens naar het Changi-kamp werden gebracht.

NOOT. Binnen enige weken na aankomst in Singapore werden deze krijgsgevangenen overgebracht naar Japan, deels met de Matsue Maru 2, deels met de Hawaii Maru 2. De Makassar Maru werd op 1943-10-07 tot zinken gebracht door de USS Hoe en USS Aspro [37].

Hawaii Maru 2

Hawaii Maru 2
Figure 12. Hawaii Maru 2

De Hawai Maru 2 (soms aangeduid als Nichi Maru) vertrok op 6-11-1943 met 1230 krijgsgevangenen (bijna allen Nederlanders) uit Singapore naar Japan (900 in het voorruim, 300 in het achterruim). Deze krijgsgevangenen vormden een deel van Java Party 17. Het schip voer in een convooi met een ander schip met krijgsgevangenen; er was een week lang storm, waardoor er veel zeezieken waren.

Er werd onvoldoende voeding verstrekt. Er waren geen sterf¬gevallen onderweg.

Op 27-11-1943 werd het convooi van 15 schepen aangevallen door drie vliegtuigen: een ander schip met krijgsgevangenen werd tot zinken gebracht, de Hawaii Maru 2 nam 900 drenkelingen (Japanse soldaten en burgers) aan boord. Op 30-11-1943 werd in Shanghai extra voedsel ingeladen.

Op 3-12-1943 kwam het schip aan in Moji. de krijgsgevangenen werden overgebracht naar diverse krijgsgevangenkampen op het zuidelijkste eiland Kiushu en op het hoofdeiland Honshu (zie tabel). De mannen voor de Osaka-kampen werden met de veerboot overgezet naar Shimonoseki, waarna het transport verder ging per trein.

LAND

STAD

1e KAMP

A/V

D-M-Y

kr

DODEN

Malakka

Singapore

V

6-11-1943

1230

Indo-China

Saigon

A

11-11-1943

1230

Indo-China

Saigon

V

13-11-1943

1230

Formosa

Takao

A

21-11-1943

1230

Formosa

Takao

V

26-11-1943

1230

drenkelingen

27-11-1943

2130

China

Shanghai

A

30-11-1943

2130

China

Shanghai

V

30-11-1943

2130

Japan

Moji

A

3-12-1943

2130

Fuk 3B, Yawata

A

4-12-1943

200

→ Fuk 8B, Yamano

A

5-12-1943

150

Fuk 9B, Miyata

A

4-12-1943

400

Osa 7D, Harima

A

3-12-1943

400

Osa 13B, Tsumori

A

4-12-1943

350

1942

  • Op 28 februari 1942 landt het Japanse 16de Leger op drie plaatsen op de kust van West-Java.

  • De belangrijkste Japanse doelen waren de steden Batavia, Buitenzorg en Bandoeng en het ten noorden van Bandoeng gelegen vliegveld Kalidjati. Kalidjati werd op 1 maart ingenomen.

battle java3
Figure 13. Bombs falling around the Dutch cruiser Java

Bombs from a Japanese aircraft falling around the Dutch cruiser Java in the Gasper Strait east of Sumatra, Dutch East Indies, 15 Feb 1942 ww2dbase

350px COLLECTIE TROPENMUSEUM Japanse invasie op Java TMnr 10001990
Figure 14. Japanese forces land on Java

February 1942

A6M Type 0 678x381
Figure 15. Mitsubishi A6M Type 0 “Zeke/Hamp”

Designated the Type 0 Carrier Fighter, commonly known as the ‘Reisen’ or ‘Zero-Fighter’ in Japanese and the ‘Zero’ to the Allies.

420309 ter poorten imamura
Figure 16. Dutch surrender at Kalijati Airfield

Negotiating the Dutch surrender at Kalijati Airfield, March 8, 1942. General ter Poorten (left) and General Imamura (right)

cw21b 81
Figure 17. CW-21 pilots running towards their planes

Propaganda publication of the Royal Netherlands Indies Army

Smashed B-17s Andir 19-02-1942
Figure 18. Smashed B-17s Andir 19 Feb. 1942

"The Dutch Army garrisoned in the Netherlands Indies, the Dutch Navy, and our gallant little Asiatic Squadron were entirely inadequate to stop the onrush of the Japanese southward."

curtiss hawk 75 6
Figure 19. Smoking Dutch Hawk 75A

The still smoking remains of a Dutch Hawk 75A at Madiun (Java) March 1942

buffalo capdutch
Figure 20. Dutch Buffaloes captured

The IJAAF captured many more than four Brewster Buffaloes after the fall of the NEI! See photo of a whole squadron of Dutch Buffaloes captured. Add to these the RAF and RAAF Buffaloes captured in Malaya and the IJAAF could have fielded an entire Hiko Sentai.

2-VLG-IV

Desperately searching the market for fighters, the ML-KNIL had recently purchased 24 Curtiss Wright CW 21 ’Interceptor’ fighters. One ML-KNIL squadron (2-VlG-IV) was equipped with the type, first at Andir, later at Maospati.

"All 24 of the crated aircraft arrived in Java by November 1940. After reassembly, they served with 2-VLG IV. Even before the start of the war with Japan, some issues arose. Structural problems became apparent, likely a result of the CW-21’s light construction. In particular, as of December 1941, many aircraft were grounded by cracks in the undercarriage. Only nine CW-21s were operational when the war started.

2-VLG IV was dispersed throughout Java shortly after the conflict. It would take some time before the CW-21 saw combat. Despite several false alarms, they did not encounter Japanese forces until February 3rd. On that day, the Dutch CW-21s (along with a mixed force of P-40s, P-36s, and Buffaloes) encountered a large group of A6Ms over Java. Against the well trained and experienced Japanese pilots, the CW-21s came off poorly."

From the beginning of February 1942 they would encounter massive Japanese raids by the Tainan and 3rd Air Group and within a few days 12 CW-21’s were shot down or badly damaged.
The remaining personnel of 2-VlG-IV and their 6 CW-21b’s were ordered to Kalidjati (West-Java) to re-form on Hawker Hurricanes.(Javagoldblog)

  • When the Japanese attacked the ML-KNIL had 75 Brewster B339 (F2A3) ‘Buffalo’ carrier fighters available. The type had been rejected by the US Navy as unsuitable.

  • In addition the ML-KNIL possessed 24 venerable, radial engined Curtiss H75A (P36) ‘Hawks’.

  • The bomber force consisted of several squadrons of antiquated Glenn Martin 139 WH bombers" [38].

A CW-21B in the Netherlands East Indies
Figure 21. Curtiss-Wright CW-21 interceptor

A CW-21B in the Netherlands East Indies (Warbirdforum).

cw21b 1
Figure 22. Assembling CW-21

24 CW-21Bs were assembled at Andir airfield, Bandung, Java in February 1941 [39] [40].

cw21b 2
Figure 23. CW-21b in Dutch Markings

A Curtiss-Wright CW-21b in Dutch Markings at Andir, summer 1941

cw21 avweek sept1941
Figure 24. Lineup of CW-21Bs
FMA CURTISS HAWK 75 0
Figure 25. Curtiss Hawk 75A

In October 1939, The Netherlands ordered 24 Hawk 75A-7s. Most Dutch Hawks were assigned to the 1 VlG IV.

31087094545 a58421d34e z
Figure 26. Curtiss Hawk 75A in flight

A flight of ML-KNIL Curtiss Hawk 75A’s early 1941

curtiss hawk 75 4
Figure 27. Curtiss Hawk 75A at Andir

Newly assembled Curtiss Hawk 75A’s with camouflage paint still to be applied, at Andir (near Bandung, Java), May 1940.

last twenty ML-KNIL 339-23 Buffaloes
Figure 28. Brewster Buffalo

The last twenty ML-KNIL B-339-23 Brewster Buffaloes with the longer fuselage, in the snow at the Brewster plant, early 1942

Five Brewsters of 2-VlG-V
Figure 29. Brewster B-339

Five Brewsters (B-339) of 2-VlG-V - july 1941 (Warbirdforum)

wh 139 9
Figure 30. WH-3A’s on Samarinda. Borneo

Glenn Martin WH-166’s at Samarinda II, Borneo

wh 139 12
Figure 31. Glenn-Martin WH-166

The first Dutch Glenn-Martin WH-166 (139-WH3) in pre-war delivery

SNC 1 in flight off Puerto Rico 1943 678x381
Figure 32. Curtiss-Wright CW-22 Falcon

The Curtiss-Wright CW-22 was an advanced trainer and sometime reconnaissance aircraft. The Dutch ML-KNIL ordered dozens of CW-22s, most of which were not delivered until after the outbreak of the war.

The only known photograph of KNIL Hurricanes on Java seen here on the road between Tanjong Priok and Kemajoran
Figure 33. KNIL Hurricane on the road

The only known photograph of KNIL Hurricanes on Java seen here on the road between Tanjong Priok and Kemajoran.

On February 4, 1942, HMS Athene reached Tanjong Priok, Batavia, Java, via the cape. On board were 39 crated Hurricanes. The desperately needed fighters were erected right there and transported by road to Kemajoran where a team consisting of RAF, ML-KNIL and KNILM personnel worked shifts around the clock in an impressed KNILM hangar.RAF and ML-KNIL pilots ferried them to Tjililitan, from where six were flown to Palembang I on February 10, 1942, eight went to PI on February 13 and a final batch of nine was ferried to PI on February 14. Eight Hurricanes went to the RAF reserve in Java and the remaining twelve Hurricanes were handed over to the Dutch forces: 2.VLG.IV on February 10.

P-51 Mustang

The North American Aviation P-51 Mustang is an American long-range, single-seat fighter and fighter-bomber used during World War II and the Korean War, among other conflicts.

The definitive version, the P-51D, was powered by the Packard V-1650-7, a license-built version of the Rolls-Royce Merlin 66 two-stage two-speed supercharged engine (it sound’s like this.. or try 14 P-51 Mustangs Simultaneous Engine Run and Takeoffs) and was armed with six .50 caliber (12.7 mm) M2/AN Browning machine guns. [41] The wing racks fitted to the P-51D/P-51K series were strengthened and were able to carry up to 1,000 lb (450 kg) of ordnance, although 500 lb (230 kg) bombs were the recommended maximum load. The P-51D became the most widely produced variant of the Mustang. [42]

Before V-J Day [43], the Netherlands received 40 P-51Ds for use by the Netherlands East Indies Air Force. They were operated by Nos 121 and 122 Squadrons of the Netherlands Army Air Corps. When the war against Japan ended, Dutch Mustangs were used in a futile attempt to suppress the Indonesian nationalists. When Indonesia became independent on December 27, 1949, its air arm (the Angkatan Udara Republic Indonesia, or AURI) was slated to receive two squadrons of F-51D Mustangs from the departing Dutch. In June of 1950, the Netherlands East Indies Air Force was officially disbanded and the surviving Mustangs were transferred to the Indonesian Air Force. Indonesian Mustangs participated in several internal conflicts and remained in service with the IAF until replaced by Russian fighters in 1959. [44]

P51D Mustangs

⇒ Uit het familie album en andere bronnen. Gemaakt in Australië en Medan tussen 1946 en 1950.

[45]

121 Sqn. Tjililitan (Batavia) [46]

* "Op 12 november 1946 de vlucht van de eerste twaalf P-51’s, onder begeleiding van een B-25, van Tjililitan naar Medan, een afstand van 1390 km.

In de B-25 zat een ploeg van de technische dienst onder commando van adjudant-onderofficier C.W. Bastiaans."
- Bron: blz 181; De Militaire Luchtvaart van het KNIL 1945-1950 van Otto Ward

ML KNIL Mustangs
Figure 34. ML KNIL Mustangs on Bundaberg (Ward)

Bestemd voor Tjilitjap 121 Sqn. .

Crew op een P51 - Opa 4de van rechts
Figure 35. Crew op een P51 in Medan.

Opa 4de van rechts

Crew bij P51 Opa rechtsonder
Figure 36. Crew bij een P51.

Opa rechtsonder

Crew voor een P51
Figure 37. Crew voor een P51
Reparatie motor P51
Figure 38. Reparatie motor P51

122 Sqn.

122 Sqn.

122 Sqn.

122 Sqn.

⇒ Uit het familie album en andere bronnen. Gemaakt in Medan tussen 1946 en 1950.

* Om op Sumatra over luchtsteun te beschikken en de op Medan gelegerde RAF Spitfire eenheid te vervangen, werd 1 november 1946 122 Sqn te Tjililitan opgericht.

Dit had extra personeel en vliegtuigen afkomstig van 121 Sqn. Onder commando van kapitein Gerard Deibel vlogen 12 P-51’s van het 122 Sqn. en het technisch personeel op 14 november naar hun basis Polonia bij Medan. Op 19 november kwam versterking met 5 toestellen. [47] [48]

* Opa is ingedeeld bij het ‘122 Squadron’ op het vliegveld nabij Medan.

* In Medan was opa hoofd hangar- en lijndienst als adjudant-onderofficier, waarschijnlijk vanaf de oprichting van 122 sqn.

Statieportret 122 sqn 1946 (Wolf)
Figure 41. Statieportret 122 squadron en 2 P51D’s - 1946 (Wolf)

Opa zittend, eerste van links

Laatste statieportret 122 squadron en 6 P51’s - begin 1950
Figure 42. Laatste statieportret 122 squadron en 6 P51D’s - begin 1950

Opa op de foto: 2e rij, als 11e van rechts. 3 Stoelen naar links (met zonnebril) zit P.A.C. (Piet / Flip) Benjamins, de commandant en vlieger

54 Medan; 15 man voor een Lockheed Electra - fotograaf onbekend
Figure 43. 15 man voor een Lockheed Electra (Wolf)

Opa (CW Bastiaans) staande, 3de van links. Direkt daarachter (ontbloot bovenlijf) Wolf. Jack Vleugels Links gehurkt. Midden ontbloot bovenlijf mogelijk of Den Hollander of F.M. van Beurden

De foto van de groep mannen bij de Lockheed Elektra is genomen in Medan, op het vliegveld Polonia en waarschijnlijk rond februari ’47. Er waren op 11VB Polonia 2 Lockheeds Electra actief. De L-12, met registratie L2-102 (en later T-302) behoorde aan 122 sqn toe en werd als transporttoestel gebruikt. Dit toestel is volgens sommige bronnen tot eind januari ’47 en andere bronnen tot eind ’47 bij het squadron geweest en hierna naar Andir / Kalidjati verhuisd.

Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Figure 44. Bastiaans CW met P. (Tinus) Guit

Nadat jaren de man naast opa mij onbekend was, weet ik (2019) dat het Tinus Guit is. Met dank aan zijn zoon (P. Guit)

Insigne op uniform: Sergant-Majoor.

IMG 0887
Figure 45. Januari 1950 (G.M. Sijbers)

This picture is printed in the book: "De jachtvliegtuigen army Co-operation en lesvliegtuigen van de militaire vliegtuigen Knil-1945-1950" van P.C. Boer.

31dede91 58fd dc80 412d f05a3ca190b2
Figure 46. P-51D Medan

Het vliegveld Medan met North American P-51D Mustang jachtvliegtuigen van de ML-KNIL- 1946 - beeldbank defensie

2309f69e 0643 8569 967b c8a2fbc03720
Figure 47. P-51K mustang in formatie

Een formatie North American P-51K Mustang jachtvliegtuigen van het 122 Squadron van de Militaire Luchtvaart Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (ML-KNIL), opgestegen vanaf vliegveld Polonia ten zuiden van Medan. - 1948

Fukuoka

Fukuoka

POW kamp

Kampnamen Japan
Figure 48. Gevangenenkamp Fukuoka 8B

Bastiaans CW - Aankomst op 5 december 1943

Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Figure 49. Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Figure 50. van Staat van Dienst

Bastiaans CW krijgsgevangen op 5-4-1942. Uit krijgsgevangeschap terug 21-9-1945.

B-25

Familievervoer door de lucht

Four Dutch squadrons were formed in Australia and these units were integrated into the Royal Australian Air Force. The first was No. 18 (NEI) Squadron which was formed on April 4th, 1942 at RAAF Station Canberra under the operational command of RAAF No. 79 Wing. They were equipped by Dutch authorities with North American B-25 Mitchell bombers and supplies obtained under the Lend Lease program from the United States. The B-25’s were captained by a Dutch pilot with the rest of the aircrew being a mix of Dutch and Australian personnel. Most of the squadrons ground crew were Australian.

img 2901 2 900 reevers b 25j nei 18

Reevers Warbirds B-25 Mitchell Restoration – “Pulk” a Dutch Tribute

nwa0292 no 18 squadron nei raaf b 25 mitchell n5 131 pulk after raid against the japanese may 4 1943

Personnel and aircrew of No. 18 Squadron, Netherlands East Indies (NEI), RAAF, in front of their North American B-25 Mitchell bomber, (aircraft number N5-131), named “Pulk”, after returning from a raid against the Japanese – May 4th, 1943.hoto Source: Australian War Memorial)

reever b 25j pulk 3

Inside the Reevers B-25J

p01818 003 b 25s no 18 squadron nei raaf canberra station 1942

A hangar at the RAAF Station Canberra (later RAAF Base Fairbairn) containing several North American B-25 Mitchell bomber aircraft of No. 18 (NEI) Squadron, a composite RAAF and Netherlands East Indies Squadron. Several Dutch ground crew members of the squadron are gathered in front. 1942 (Photo Source: Australian War Memorial)

p02769 001 nei raaf darwin c 1943 north american b25 mitchell over the coast near darwin no 18 squadron

North American B-25 Mitchell medium bombers of No. 18 (NEI) Squadron over the coast near Darwin circa 1943 (Photo Source: Australian War Memorial)

Ships

Nautisch familie vervoer..

Manoora
Figure 51. HMAS Manoora

Op 28 september 1946 van Brisbane naar Medan (Sumatra)

Foto: Landing Ship, Infantry (LSI) HMAS Manoora seen in 1943 [49]

On September 30, 1942 she was to be converted to a Landing Ship. For this role she had been fitted with 1 x 6-inch gun, which was later replaced by 2 x 4-inch guns, 2 x 3-inch anti-aircraft guns, 8 x 20mm Oerlikon anti-aircraft guns. She also carried one Seagull V aircraft that was housed forward of her funnel. Added later were 6 x 40mm Bofors anti-aircraft guns.
Bron: ssMaritime

SSMenora sydney batavia bastiaans
Figure 52. aan boord van de Manoora

Links staand oma en mijn moeder. Rechts Annie Vleugels


49. (Australian War Memorial (AWM) catalogue number 300984)
1424251
Figure 53. AHS Maetsuyker

Foto: Shipspotting

Maetsuyker
Figure 54. MS Maetsuyker

Van Medan naar Tanjung Priok begin 1950

The Maetsuycker, a Dutch Registered vessel owned by KPM Shipping Co Batavia Dutch East Indies was completed in 1937. She was converted 1944 to hospital ship at the cost of the Dutch government to treat transport 250 patients. However she was crewed by Dutch Officers and Javanese (Indonesian) sailors. She sailed under the title AHS (Australian Hospital Ships), but she flew the Dutch Flag. She served in New Guinea and the Southwest Pacific area. Bron: Shipspotting

Fair Sea
Figure 55. MS Fair Sea

Met dit schip op 6 juni 1950 van Tandjun Priok naar Holland. Aankomst 10 juli 1950 in Rotterdam.

Foto: Fairsea seen during her official maiden voyage as a “passenger liner” on 31 December 1949.

She operated the Bremerhaven to Sydney service.
Bron: ssMaritime

konvooi tanks batavia tandjung priok
Figure 56. Van opvangplek naar Tanjung Priok

Na aankomst met de Maetsuyker uit Medan naar opvangplek buiten Batavia gebracht. Later in konvooi onder begeleiding van tanks naar de haven.

"We waren heel erg bang"

Hellships

Vervoer van POW

Sistership Macassar Maru (Samarang Maru)
Figure 57. Sistership Macassar Maru (Samarang Maru)

Bastiaans CW - 29 september 1943 - van Tanjung Priok naar Singapore.

Hawaii Maru 2
Figure 58. Hawaii Maru 2

Bastiaans CW - 6 november 1943 - van Singapore naar Moji op Kuyshu in Japan.

Kamp Rodanborgh bij Aardenburg

'Rodanborgh', gelegen aan de Akkerstraat [50], was een van de opvangkampen, eufemistisch 'woonoord' genoemd [51], waar Indische nederlanders en Molukkers werden gehuisvest nadat zij uit Indië naar Holland waren gekomen.

Ik heb begrepen dat dit voormalige werkkamp [52] uit de tweede wereldoorlog nog een tijd dienst heeft gedaan als vakantieparkje. Het is inmiddels afgebroken [53].

Volgens mijn moeder was het in het kamp niet heel erg druk en zij waren daar 'enkele maanden'. Hoe lang het park na hun vertrek nog als opvangkamp functioneerde is me onbekend.

(Zij waren op 6 juni 1950 van Tanjung Priok met MS ‘Fair Sea’ naar Nederland vertrokken. Het schip kwam op 10 juli 1950 aan in Rotterdam.)

[54]

kamp Aardenburg groepsfoto bastiaans

Groepsfoto buiten
Opa rechts eerste staand. Oma staand 5de van rechts

kamp Aardenburg groepsfoto binnen bastiaans

Opa eerste rij rechts staand (uniform), daarnaast mijn moeder, daarnaast oma. Staand eerste rechts achterste rij oom Wally (broer moeder)

kamp Aardenburg voor barak bastiaans

Noordstraat Vlissingen

Na het kamp Aardenburg kwamen zij terecht in Noordstraat 6 in Vlissingen.

Volgens mijn moeder 'een achterbuurt'. Mijn vader herinnert zich de verontschuldigingen voor huis en meubilair als hij kwam eten: een kleine houten tafel en 3 houten stoeltjes.

De panden zijn inmiddels gesloopt. Van de oude binnenstad is praktisch niets meer over.

"De Noordstraat was een straat die net als de Molenstraat parallel liep aan de Achterhaven, tegenwoordig de Spuistraat. Aanvankelijk bestond de Noordstraat uit vier delen; de Korte Noordstraat, de Blinden Ezel, de Schardijnkade en de Kousteenschedijk. De Lange Noordstraat lag aan de anderkant van de Achterhaven en heet tegenwoordig de Molenstraat. De Noordstraat was een straat die een verbinding vormde tussen de Coosje Buskenstraat en het Bellamypark, met zijstraten als; de Scherminkelstraat, Kolvenierstraat, Korte Zelke, Lange Zelke en de Kromme Elleboog. Het was een straat die een beetje leek op de Walstraat, met woonhuizen en winkels.

In de jaren '60 besloot men om de straat deels te slopen om zo het winkelhart te kunnen versterken. Vervolgens werd begin jaren '70 de straat bijna helemaal gesloopt. Nu staat er nog één huis.Er is nog een heel klein stukje van de Noordstraat over, tussen de Coosje Buskenstraat en de Schutterijstraat. Destijds waren er heel veel mensen voor een grote stadssanering…​ uiteindelijk is die sanering helemaal uit de hand gelopen."

Foto`s Noordstraat Vlissingen

17952698 1310706132382104 6770029451717188616 n.jpg? nc cat=106& nc ht=scontent ams3 1

Begin vd Noordstraat in 1945
bron: Peter Hendrikse

18034192 1310706769048707 7027410963601727523 n.jpg? nc cat=108& nc ht=scontent ams3 1

1949
bron: Peter Hendrikse

18056238 1310707642381953 8229917470489489995 o.jpg? nc cat=106& nc ht=scontent ams3 1

Omstreeks 1950
Het straatje links is de Kolvenierstraat.
bron: Peter Hendrikse

17814261 1295213330598051 7878372818795026742 o.jpg? nc cat=104& nc ht=scontent ams3 1

1894
Noordstraat gezien vanuit de Coosje Buskenstraat.
bron: Peter Hendrikse

Onderscheidingen

In zijn nalatenschap vond ik 3 onderscheidingen met bijbehordende documenten.

Roster fukuoka 8b CW Bastiaans
Figure 59. Bastiaans CW ~1942

Foto van KNIL ID kaart

Oorlogs Herinneringskruis
Figure 60. OorlogsHerinneringskruis

Het Oorlogsherinneringskruis werd in Nederland bij Koninklijk Besluit no. 6 van 16 maart 1944 ingesteld en verving het oude Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven.

Deze laatste onderscheiding werd voor bijzondere campagnes toegekend maar het Oorlogsherinneringskruis was een veel algemenere onderscheiding voor allen die in de oorlog tegen Duitsland, Japan en hun bondgenoten in de krijgsmacht of in de handelsvloot, vissersvloot of burgerluchtvaart hadden gediend.[55]

Orde en Vrede
Figure 61. Orde en Vrede

Het Ereteken voor Orde en Vrede werd door Koningin Wilhelmina der Nederlanden op 12 december 1947 in een Koninklijk Besluit ingesteld.

De onderscheiding werd ingesteld terwijl de eerste van de zogenaamde politionele acties, de zogenaamde "Operatie Product", een mislukte poging om het eilandenrijk in de Oost met militair geweld weer onder Nederlands gezag te brengen, nog in volle gang was.

De tienduizenden Nederlandse militairen moesten voor hun inzet kunnen worden beloond en hooggestemde titel duidt op de aspiratie van de Nederlanders om wat zij als "orde en vrede" zagen te herstellen.[56]

Trouwe dienst
Figure 62. Trouwen dienst

Er zijn in Nederland een aantal Onderscheidingstekens voor Langdurige, Eerlijke en Trouwe Dienst ingesteld. Al deze onderscheidingstekens, men zou ze medailles kunnen noemen, zijn voor de soldaten en onderofficieren van het Nederlandse- en vroeger ook het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.

De koning besloot dat de gediende jaren sinds 1813 voor het ereteken meetelden. De dienstjaren in de Keizerlijk Franse, Hollandse en Bataafse leger en ook die in de geallieerde legers telden niet mee.

Het ereteken werd toegekend in brons voor 12 jaar en in zilver voor 24 jaar dienst. [57]

Bundaberg Australië

Australie Bundaberg

Boodschappen doen in Bundaberg

Mijn moeder vooraan handenoer elkaar, daarachter oma, links oom wally, rechst Annie Vleugels

Australie Bundaberg huis bastiaans

Kinderen voor het huis bij Bundaberg

Rechts oom wally, midden mijn moeder

Australie Bundaberg in de tuin

In de tuin achter het huis

Australie voor vertrek Bastiaans

Groepsfoto vlak voor vertrek uit Australie.

In het midden met haarband mijn moeder, linksachter oma, rechts achter oom wally, rechts Annie Vleugels

SSMenora sydney batavia bastiaans
Figure 63. aan boord HMAS Manoora

Op 28 september 1946 van Brisbane naar Medan (Sumatra)

Links staand oma en mijn moeder. Rechts Annie Vleugels

Medan Sumatra

Medan Bastiaans Carol Elvie Edna
Figure 64. Medan - achter huis

Links mijn moeder, rechts opa en oma

Sumatra bij Tobameer jeep
Figure 65. Sumatra bij Tobameer
Sumatra huis bij Tobameer
Figure 66. Sumatra huis bij Tobameer
Sumtra bij Tobameer etenstafel
Figure 67. Etenstafel bij Tobameer

Etenstafel bij Tobameer

Verlofregeling CWB 1950 1 640
Figure 68. 'Verlofregeling'

Verlofregeling 24 april 1950 'voor de duur van een jaar' ..


8. The CW-21B squadron (2-VlG-IV) was newly formed effective 1 March 1941 at Andir (near Bandoeng) in western Java under 1/Lt. R.A.D. Anaemet -https://warbirdforum.com/cw215.htm
9. All 13 available Curtiss CW-21b “Interceptors” had been scrambled from their base at Tanjong Perak but they were attacked from above and behind by sixteen or more Japanese fighters. Seven Interceptors were shot down and three badly damaged. - Bron: Javagoldblog
11. By February 9, 1942, a total of 43 crated Hurricanes had reached Tanjong Priok, the port of Batavia. The desperately needed fighters were erected right there and transported by road to Kemajoran where a team consisting of RAF, ML-KNIL and KNILM personnel worked shifts around the clock in an impressed KNILM hangar. Though hindered by a lack of tools and experience, the first Hurricanes were test-flown by RAF pilots five days after their crated arrival. RAF and ML-KNIL pilots ferried them to Tjililitan, from where six were flown to Palembang I on February 10, 1942, eight went to PI on February 13 and a final batch of nine was ferried to PI on February 14. Eight Hurricanes went to the RAF reserve in Java and the remaining twelve Hurricanes were handed over to the Dutch forces. Bron: Dutch Hurricanes – Too Few Too Late
14. Welk kamp is mij onbekend
15. Ook hier weet ik niet in welk kamp hij terecht kwam
17. 'The major portion of the Fukuoka occupation Force arrived in the area on 30 september'. Source: http://www.mansell.com/Resources/special_files/FOLD3/Fukuoka%20Occupation%20Force%20Operations%20Report%201945-09to11%20%28RG38%29.pdf
18. mogelijk met de tot vliegdekschip omgebouwde olietanker USS Chenango - http://www.usschenango.com/history_world_war_ll/images/History_USS_Chenango.pdf
19. De vrijheidsstrijd van de Indonesiërs tegen de Nederlanders
20. Royal Australian Air Force
21. Eind ’45 en begin ’46 (NL-militairen mochten van de Britten nog niet op Java en Sumatra landen) is het RAPWI programma opgestart (Recovery of Allied Prisoners of War). ML-KNIL personeel en hun families werden toen met vooral (omgebouwde) B-25’s naar Bundaberg gevlogen, waar NL gebruik maakte van een RAAF vliegbasis. Een plek waar ze van de verschrikkingen van de kampen mochten herstellen alvorens weer actief in dienst te gaan. Bron: Peter Wolf / Indische F[Kamparchieven / oorlogsgetroffenen.nl
22. * The Royal Netherlands East Indies Army Air Force received 40 P-51Ds and flew them during the Indonesian National Revolution, particularly the two 'politionele acties': Operatie Product in 1947 and Operatie Kraai in 1949. When the conflict was over, Indonesia received some of the ML-KNIL Mustangs. [North American P-51 Mustang; Gunston 1990 p. 39. De levering was in maart, april en juni 1945 (resp.10x P-51K en 31x P-51D). Van deze 41 toestellen bereikten er 40 de ML-KNIL in Australië; ze hadden de kentekens N3-600 t/m N3-640.
23. Na de Japanse overgave ging alles trager. De rest kwam pas tussen oktober 1945 en maart 1946 in Nederlands bezit; teken van mindere urgentie van de RAAF en van een veranderde houding tegenover de Nederlandse koloniale ambities.
24. Wenckebachlaan → Jl. Trunojoyo (nu genoemd naar een 17e-eeuwse held van het eiland Madoera)
25. Opa op de foto: 2e rij, als 11e van rechts. 3 Stoelen naar links (met zonnebril) zit P.A.C. (Piet / Flip) Benjamins, de commandant en beroemd vlieger
27. Nu Soewondo Soewondo Air Force Base - https://en.wikipedia.org/wiki/Soewondo_Air_Force_Base
28. De Militaire Luchtvaart van het KNIL 1945-1950 van Otto Ward. Met dank aan Peter Wolf voor de quote uit dit boek
31. Een term die toen gebruikelijk was. De staat implicerende dat men op enig moment (als Indonesië weer een kolonie zou zijn) weer terug zou gaan.
45. * De levering was in maart, april en juni 1945 (resp.10x P-51K en 31x P-51D). Van deze 41 toestellen bereikten er 40 de ML-KNIL in Australië; ze hadden de kentekens N3-600 t/m N3-640. * In Australië werden de Mustangs bij RAAF-depots gereed gemaakt. De eerste in mei en juni 1945 - dus vóór de Japanse overgave op 15 augustus - ontvangen 19 toestellen (N3-600/618) werden geleverd bij de Nederlandse Personnel and Equipment Pool te Brisbane. Na de Japanse overgave ging alles trager. De rest kwam pas tussen oktober 1945 en maart 1946 in Nederlands bezit; teken van mindere urgentie van de RAAF en van een veranderde houding tegenover de Nederlandse koloniale ambities.
46. * Op 1 mei 1946 werd 121 Squadron op het vliegveld Tjililitan opgericht. Het squadron verzorgde in oktober 1946 de verplaatsing van personeel en materieel naar Medan en het stond ook een deel van haar grondpersoneel en vliegers af.
47. Op Sumatra werden ook een aantal P-51’s gestationeerd bij het no.122 squadron op Medan. Dit voormalige vliegveld "Polonia" werd november 1946 in gebruik genomen en het lag bij Medan. Dit squadron werd voor een deel bemand met piloten afkomstig van het no.121 squadron. Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, werd no.122 squadron ingezet bij operatie "Pelikaan". Dit beoogde de uitschakeling van de vijandelijke AURI. Deze had vijandelijke toestellen op o.a. de vliegvelden Lhonga en Kotaradja geplaatst. Er werd steun verleend aan de Nederlandse grondtroepen met gebruik van o.a. 250- en 500-ponds bommen, en raketten van 40 en 70 pond. En natuurlijk de P-51 boordbewapening. In totaal heeft het no.122 squadron tijdens de 1e politionele actie zo’n 200 sorties gevlogen. https://www.ipms.nl/artikelen/nedmil-luchtvaart/vliegtuigen-n/vliegtuigen-n-northam-p51
48. December 1948 was er de tweede politionele actie waar ook Mustangs werden ingezet. De Mustangs van no.121 squadron ondersteunden bij de luchtlandingsoperatie op Magoewo en ook bij operatie Ekster. Er werden meer dan 100 sorties door no.121 squadron gevlogen tot opheffing januari 1949. De Mustangs van no.122 squadron stonden bij de 2e actie op Medan maar ook Padang (Midden Sumatra). Zowel op Noord als op Midden Sumatra verleende het squadron steun aan diverse operaties. Er werden weer zo’n 200 sorties uitgevoerd tot opheffing van het squadron april 1950. Er werd ook gebruik gemaakt van een tweetal Mustangs met foto camera’s, o.a. door no.18 squadron (dat ook met B-25 Mitchells vloog). https://www.ipms.nl/artikelen/nedmil-luchtvaart/vliegtuigen-n/vliegtuigen-n-northam-p51
53. bij een bezoekje in 2010 was er alleen weiland